Notitie Brandjes
Naar aanleiding van de brief van drs. P. Brandjes in de Weekendkrant van 29 juli 2011 is deze notitie opgesteld.
In het eerste deel wordt de context weergegeven waarin zijn brief gezien moet worden. Het aspect persoonlijke beschadiging en de acties van Brandjes zijn (overigens lang niet volledig) binnen een kort overzicht van de verschillende raadsperiodes cursief aangegeven.
In het tweede deel wordt ingegaan op de “feiten” waarop Brandjes zijn beschuldigingen in zijn brief van 29 juli baseert.
Deel 1: Context
Raadsperiode 1994 – 1998
In deze raadsperiode is het Noordwijkse gemeentebestuur volledig ontspoord. Intimidatie van bestuurders en ambtenaren was aan de orde van de dag. Ton van Rijnberk werd hiermee in september 1996 bij zijn herintrede in de raad (als vervanger van een afgetreden raadslid) geconfronteerd. De zaken liepen hoog op nadat burgemeester Hans van der Sluijs tijdens een besloten raadsvergadering in september 1997 opening van zaken gaf over rolopvatting en gedrag van verschillende collegeleden.
In het bijgevoegde artikel “Noordwijk maakt schoon schip” in Binnenlands Bestuur van 17 december 2004 wordt ingegaan op deze periode. Er wordt een cultuur beschreven van machtsbederf, ambtenaren die monddood werden gemaakt of weggepest en het bij voorkeur in de kroeg of op het voetbalveld nemen van besluiten.
Raadsperiode 1998 – 2002
In december 1998 nam oud wethouder Victor Salman samen met het raadslid Gerard Duindam het initiatief om de bouwbestemming van Bronsgeest Noord te verplaatsen (om te klappen) naar Offem Zuid. Raadslid Ton van Rijnberk rook onraad. Een bouwbestemming verplaatsen van grond die, door oud wethouder Salman was aangekocht en dus in eigendom van de gemeente was (26 ha.) en waarop voor 180 woningen bouwclaims waren uitgegeven aan het Bouwfonds, naar grond dat voor het grootste deel in eigendom was van een particulier (Van Limburg Stirum), was vanuit het belang van de gemeente gezien volstrekt onlogisch. Los van de stedenbouwkundige discussie werd door CDA wethouder Tummers verklaard dat de provincie in Bronsgeest Noord het verlies van het afwaarderen van de aangekochte grond (€ 5 miljoen) zou compenseren, de bouwclaims (€ 4 miljoen) eenvoudig elders gerealiseerd konden worden en dat in Offem Zuid de grond zou kunnen worden aangekocht voor de boekwaarde van de grond in Bronsgeest Noord. Over deze zaken bleek later dat de gemeenteraad, met stukken die door de oud wethouder waren opgesteld, bewust onjuist was geïnformeerd en misleid. Ton van Rijnberk zat gedurende de gehele discussie als contolerend raadslid bovenop het dossier en berekende het gemeentelijk risico op ruim € 20 miljoen vanwege de eerder genoemde kosten en het verschil in potentiële positieve grondopbrengst tussen beide locaties. In zijn wethoudersperiode heeft Ton van Rijnberk dit grote probleem gelukkig weten op te lossen. Inmiddels de locatie Bronsgeest weer als bouwlocatie in de Intergemeentelijke -, Regionale - en Provinciale Structuurvisie opgenomen.
Over Ton van Rijnberk werd in 1999, geheel in stijl met de in Binnenlands Bestuur beschreven cultuur, via een persbericht van de SP gebaseerd op anoniem verkregen informatie, een gerucht over mogelijke (schijn van) belangenverstrengeling bij de aankoop van een woning in de wereld gebracht. Nadat hij 25 jaar in een van De Raad Bouw gekochte woning had gewoond kocht hij een huis van Van der Wiel Bouw.
Door de Progressieve Combinatie is deze zaak vervolgens in april 1999 in de gemeenteraad aan de orde gesteld waarbij de partij in een verklaring concludeerde dat “heelaas het gif van het elkaar op verwerpelijke wijze bejegenen zoals zich dat in de vorige raadsperiode heeft geuit, opnieuw tot uitdrukking is gekomen”.
Raadsperiode 2002 – 2006
Door een onderzoekcommissie uit de raad werd een onderzoek gedaan naar de sterk verslechterde financiële positie van de gemeente waardoor o.a. de buitenbaden van het zwembad moesten worden gesloten en de OZB met 32% moest worden verhoogd. De bevindingen werden neergelegd in een rapport van de onderzoekscommissie “Recht door Zee” en in een rapport van hoogleraar beleidswetenschap Prof. Dr. Hans van den Heuvel over het grondbedrijf.
In het eerder genoemde artikel in Binnenlands Bestuur van 17 december 2004 wordt over de onderzoeken verslag gedaan. Kortheidshalve wordt hier bij het beschrijven van deze context naar verwezen.
Over de wijze van besluitvorming in die periode verklaarde burgemeester Hans van der Sluijs in zijn afscheidsspeech in 2003 dat “de gemeente Noordwijk niet vanuit de collegekamer werd bestuurd”.
Bij de voorbereiding van het rapport Recht door Zee stuurde De Raad Bouw in 2004 een uitgebreid schrijven aan de voorzitter van de onderzoekscommissie. De Raad Bouw beklaagden zich over het feit dat Van der Wiel Bouw in 2002 tot winnaar van de prijsvraag over het project Morgenster was uitgeroepen. De gemeente zou als eigenaar van de grond niet geïnteresseerd zijn in de aanbieding van De Raad Bouw en deed dit met een “nietszeggend schrijven” af. “ Bij De Raad Bouw leven ernstige twijfels over de wijze waarop deze zaken tot stand komen en voelt zich ten zeerste benadeeld”.
Om te bewijzen dat dit kennelijk de gemeentelijke houding ten opzichte van De Raad Bouw is volgt een betoog dat de gemeente ook bij het bouwplan Calorama op een dergelijke wijze gehandeld heeft. Ook hier werd het bouwplan van De Raad Bouw niet goedgekeurd, terwijl een bouwplan van Van der Wiel Bouw die goedkeuring later wel verkreeg. Het kon volgens Brandjes niet anders dan dat dit veroorzaakt was door Ton van Rijnberk, die in 1985 in zijn eerste periode in de raad van 1982 tot 1988 (als lid van een eenmansfractie) tegen het toenmalige eerste bouwplan was en in 1999, om de hoek van het bouwplan (kasteelmuurwoningen genoemd) van Van der Wiel Bouw een huis kocht. Het feit dat in de periode dat Ton van Rijnberk tussen 1988 en 1996 geen raadslid was, het college juist in die periode (in 1993) het bouwplan niet goedkeurde, de eigenaar van de grond in 1995 de overeenkomst over Calorama met De Raad Bouw ontbond en dat die eigenaar ook in 1995 geen grond in Boechorst/Bronsgeest aan de Raad Bouw wilde verkopen omdat er geen overeenstemming over werd bereikt, speelde bij deze vooronderstelling in de gedachten van de heer Brandjes klaarblijkelijk geen rol. De leidende gedachte was dat De Raad Bouw vanuit de hoek van de gemeente werd benadeeld en de “ belangenverstrengeling” van Ton van Rijnberk was natuurlijk ook duidelijk. De onderzoekscommissie nam de brief voor kennisgeving aan.
De gevolgen van het onderzoek waren een collegecrisis door het uiteenvallen van de grootste partij Noordwijk Totaal en een machtswisseling binnen het CDA waarvan de fractievoorzitter de raad verliet. In september 2004 trad er een nieuw college aan met Verenigd Noordwijk (5), de Progressieve Combinatie (4) en het CDA (4). Ton van Rijnberk werd hierin wethouder.
Medio 2005 speelde er (opnieuw) een zaak tussen De Raad Bouw en Van der Wiel Bouw. De reden was dat de VVD het maar vreemd vond dat de Raad Bouw zonder dat anderen hiertoe in de gelegenheid werden gesteld als ontwikkelaar van de Maarten Kruijtstraat mocht optreden. Omdat de VVD hierover bij Van der Wiel als werkgroeplid van de Regieraad informatie had ingewonnen was Brandjes van mening dat “het haast niet anders kan zijn dan dat er een frauduleuze relatie is tussen leden van de VVD en Van der Wiel Bouw” en “het lijkt me dat er een onafhankelijk onderzoek moet worden ingesteld naar de relatie van Van der Wiel Bouw en de diverse projecten welke zij in Noordwijk heeft gerealiseerd en de relatie welke zij heeft onderhouden met diverse politici en de beloningen die deze politici hebben gekregen”. In juni 2005 heeft de Rechtbank in Den Haag beslist dat deze uitlatingen onrechtmatig zijn tegenover Van der Wiel Bouw. De Rechtbank veroordeelde De Raad Bouw tot het plaatsen van een rectificatietekst aangezien de gedane suggesties van fraude en omkoping niet onderbouwd zijn.
In het kader van deze procedure beschuldigde De Raad Bouw nu in het openbaar Ton van Rijnberk van mogelijke (schijn van) belangenverstrengeling bij de aankoop van zijn woning en deed er nog een schepje boven op door ook te stellen dat zijn zoon door Van der Wiel Bouw op onrechtmatige wijze was bevoordeeld bij het verkrijgen van een woning.
In het Leidsch Dagblad van 11 juni 2005 wordt gemeld dat Brandjes een onderzoek overweegt naar de integriteit van wethouder Ton van Rijnberk bij het bouwplan Calorama. Omdat de burgemeester, naar aanleiding het beschuldigen van de VVD fractie van fraude, de contacten met De Raad Bouw opschortte overweegt hij ook burgemeester Harry Groen te dagvaarden. Over zijn methodiek van beschuldigingen merkt hij in het artikel op: “Ik weet honderd procent dat ik hier slechter van wordt maar dat moet dan maar. Ik kan het me nu veroorloven. Ik heb er de leeftijd en de positie voor”.
In het tweede deel van deze notitie wordt op de beschuldiging van mogelijke (schijn van) belangenverstrengeling teruggekomen.
Raadsperiode 2006 – 2010
Doordat de Progressieve Combinatie, net als in 1998, de grootste partij (4) werd vormden zij een nieuw college. De VVD (4) werd collegepartij omdat Verenigd Noordwijk (2) 3 zetels verloor en het CDA (3) 1 zetel. Ton van Rijnberk kreeg een uitgebreide en zware portefeuille. Iets dat overigens mede veroorzaakt werd door dat zowel de VVD als het CDA op dat moment nog geen wethouderskandidaat kon presenteren. Ton van Rijnberk heeft in april 2010, conform hij voor de verkiezingen had aangegeven, afscheid genomen als wethouder.
In deze periode speelde het project Rederijkersplein. In het tweede deel van deze notitie wordt hier op ingegaan.
Nadat Ton van Rijnberk In oktober 2009 tot lijsttrekker was gekozen stuurde Brandjes een brief aan de Commissaris van de Koningin met het verzoek om hem bij zijn vertrek als wethouder geen Koninklijke Onderscheiding toe te kennen. De naar aanleiding hiervan gestelde mondelinge vragen zijn in de raad door Ton van Rijnberk en de burgemeester beantwoord.
In de raad zijn vragen gesteld over de mogelijkheid dat het college alle contacten in de toekomst met Brandjes uitsluit en of vervolging op basis van smaad mogelijk is.
Raadsperiode 2010 – 2014
Doordat er nieuwe partijen ontstonden en de Progressieve Combinatie een zetel verloor werd de PC oppositieleider met Ton van Rijnberk als fractievoorzitter. Nadat Ton van Rijnberk door D66 Hillegom gevraagd werd om part time wethouder te worden, verliet hij per 1 juni 2011, na 30 jaar de Noordwijkse politiek. Bij zijn afscheid werd hij koninklijk onderscheiden.
Naar aanleiding van deze Koninklijke Onderscheiding meende Brandjes Ton van Rijnberk in een paginagrote advertentie in de Weekendkrant van 8 juli 2011 te moeten feliciteren en opnieuw te beschuldigen. In een persoonlijke ingezonden brief in de Weekendkrant heeft Arthur Eijs hierop op 15 juli 2011 gereageerd. Vervolgens heeft Brandjes op 29 juli 2011 in de Weekendkrant weer op de brief van Arthur Eijs gereageerd, waarbij nu ook die op de korrel werd genomen. De beschuldigen in deze laatste brief zijn de aanleiding voor deze reactie.
Onze conclusie over deze context is de volgende: De Raad Bouw en Van der Wiel Bouw voeren als concurrenten al jarenlang juridische strijd. Daarbij heeft Brandjes het gevoel dat niet door eigen toedoen, maar door het toedoen van anderen met duistere motieven De Raad Bouw projecten misloopt.
Teneinde verhaal te halen start hij beschadigingcampagnes tegen degenen waarvan hij veronderstelt dat die hem met die duistere motieven dwarszitten. Eén daarvan betreft Ton van Rijnberk, iemand die hij nota bene nog nooit gesproken heeft. Sinds 2005 voert hij in het openbaar tegen hem een campagne gericht op persoonlijke beschadiging.
Gezien zijn uitspraken in het Leidsch Dagblad van 11 juni 2005 hebben wij niet de illusie dat hij ooit met de beschadigingcampagne zal stoppen.
Deel 2: Brief Brandjes in Weekendkrant van 29 juli 2011
In deze brief gaat Brandjes opnieuw voluit op de beschadigingstoer. Hoe er binnen de Progressieve Combinatie wordt aangekeken tegen dit gedrag is naar onze mening perfect verwoord in de persoonlijke ingezonden brief van Arthur Eijs in de Weekendkrant van 15 juli 2011. Over dit aspect willen we dan ook niet meer niet meer zeggen dan wat Arthur Eijs al gedaan heeft.
Wel willen we tegen de achtergrond van de in deel 1 beschreven context ingaan op de vier genoemde inhoudelijke verwijten in de brief.
De inzet van Ton van Rijnberk in de Noordwijkse politiek was gericht op een Noordwijk dat zich onderscheidt op kwaliteit gebaseerd op een weldoordacht integraal beleid voor de korte en de lange termijn.
De Progressieve Combinatie en hijzelf kijken dan ook met veel voldoening terug op de, resultaten van de Progressieve Combinatie in de jaren 2002 – 2010. Op onze website is nadere informatie over de Progressieve Combinatie te vinden. Tussen de lange lijst van bereikte resultaten heeft Brandjes een aantal “feiten” ontdekt waarop hij zijn beschuldigingen baseert. Wij lopen ze even langs:
1. Mogelijke (schijn van) belangenverstrengeling rond de door hem aangekochte woning
Toen Brandjes in juni 2005 aankondigde een onderzoek te doen naar de integriteit van Ton van Rijnberk bij het bouwplan Calorama en het verkrijgen van een woning in de omgeving van dat plan en ook zijn zoon beschuldigde van het op onrechtmatige verkrijgen van een woning heeft Ton van Rijnberk zelf aan de burgemeester, als portefeuillehouder Juridische Zaken verzocht een onderzoek naar deze beschuldigingen in te stellen. Door Deloitte Bijzonder Onderzoek & Integriteitsadvies B.V. zijn in opdracht van de burgemeester twee onderzoeken verricht naar zowel de beschuldigingen tegen Ton van Rijnberk als tegen zijn zoon.
In een brief aan de raad in augustus 2005 worden de resultaten van de beide onderzoeken als volgt weergegeven:
“ Uit het rapport (over zijn zoon) blijkt klip en klaar dat er geen bevoordeling van Van Rijnberk Jr. heeft plaatsgevonden. Sterker nog: Van Rijnberk Jr. mag zich gelukkig prijzen een woning toegewezen te hebben gekregen, gezien de meer alerte reacties van andere kopers. Dat heeft geleid tot een andere toewijzing dan de meest gewenste door Van Rijnberk Jr.”.
“Uit het rapport (over Ton van Rijnberk) blijkt klip en klaar dat er geen bevoordeling van wethouder Van Rijnberk heeft plaatsgevonden. Sterker nog: wethouder Van Rijnberk heeft een woning gekocht die niet zijn eerste en tweede keuze was omdat die voorkeuren niet meer beschikbaar waren. Wethouder Van Rijnberk heeft gekocht tegen financiële voorwaarden die gelijk waren aan die voor de andere kopers en uit onderzoek blijkt dat wethouder Van Rijnberk noch enige voorrang heeft gekregen ten opzichte van andere kandidaat - kopers noch dat er enige logische aanwijzing is voor zulk een voorrang”.
“ Rond het bouwplan Calorama is er sprake van een opmerkelijke gang van zaken. In tegenstelling tot in de publiciteit gewekte indruk is er tijdens het tijdvak 1982- 1988 toen Van Rijnberk raadslid was, een akkoord gegeven voor de tweede aanvraag van een bouwvergunning en een opening gegeven voor overleg over een derde aanvraag voor een bouwvergunning. Beide momenten zijn door De Raad Bouw niet benut, een weinig voorkomend verschijnsel bij professionele projectontwikkelaars/aannemers. De vierde aanvraag voor een bouwvergunning is geweigerd tijdens de periode 1988 – 1996 toen Van Rijnberk geen deel uitmaakte van de raad. Eerst vier jaar later is er sprake van een nieuwe ontwikkeling door de aanvraag voor een bouwvergunning door Van der Wiel Bouw, een ontwikkeling die door de grondeigenaar geloofwaardig wordt verklaard. Ten tijde van de goedkeuring was Van Rijnberk lid van de raad, maar geen lid van de commissie RO, waar de bouwaanvragen ter toetsing worden voorgelegd”.
Samenvattende conclusie:
“ Beide onderzoeken geven klip en klaar aan dat De Raad Bouw bij monde van Brandjes jegens Van Rijnberk geuite verdachtmakingen ongefundeerd zijn. In beide onderzoeken is geen spoor van materiële onderbouwing te vinden. Het college kan dan ook tot geen andere conclusie komen, dan dat er sprake is van een kennelijk gerichte beschadiging van de integriteit van het bestuur van Noordwijk”.
In relatie met de opmerkingen over de VVD en de beschuldigingen aan Van Rijnberk volgen nog enige slotopmerkingen:
“Het college betreurt het zeer, dat zonder enige grondslag bestuurders in diskrediet worden gebracht. Op zijn minst is dit een bewijs van onvermogen, in het slechtste geval is dit een bewuste poging het bestuur van de gemeente en hen die daar deel van uitmaken te beschadigen. In het geval van de woningtoewijzing aan Van Rijnberk worden vele niet op materiële inhoud gebaseerde verdachtmakingen geuit. Het college betreurt het dat de impact van zulke niet gefundeerde beschuldigingen kennelijk niet leeft bij degenen die deze beschuldigingen uiten”.
Deze conclusies en opmerkingen zijn door de gemeenteraad onderschreven.
Excuses van de zijde van Brandjes zijn na deze zeer gedegen onderzoeken van een gerenommeerd adviesbureau nooit ontvangen. Hij betitelde de rapporten in een brief aan de raad in 2008 als ongeloofwaardig. “Politiek correcte prutrapporten zou ik ze willen betitelen”.
2. Gerechtelijk vonnis over aanbestedingsprocedure/selectieprocedure Rederijkersplein
Het project Rederijkersplein uit 2005 betreft geen aanbesteding van een bouwopdracht maar een onderzoek naar de mogelijkheid om op verzoek van de huisartsen van Noordwijk Binnen op gemeentegrond een gezondheidscentrum gecombineerd met zorgwoningen in de sociale sfeer te ontwikkelen. Op verzoek van de gemeenteraad diende een viertal partijen, waaronder de NWS, te worden geselecteerd voor een ontwikkelcompetitie. Elf partijen hadden in verschillende vormen hun belangstelling getoond, veelal door een gesprek aan te vragen. De Raad Bouw stuurde (uiteindelijk drie maal) het volgende briefje:
“In de weekbrief “Bouwplannen” hebben wij gelezen dat u voornemens bent om een gezondheidscentrum te bouwen aan het Rederijkersplein in Noordwijk Binnen met o.a. huisartsen, fysiotherapeuten, tandartsen, apotheek, kinderdagverblijf, ca 40 levensloopbestendige appartementen etc.
De Raad Bouw B.V. is een middelgrote, regionaal werkende bouwonderneming die zich richt op Utiliteitsbouw, Woningbouw, Renovatie of verbouwingen, Onderhoud.
Uw voorgenomen plan is een project dat uitstekend bij onze bouwkennis aansluit. Wij zijn van mening dat De Raad Bouw voldoende capaciteiten heeft om deze realisatie tot volle tevredenheid uit te voeren”
In een zeer korte toelichting die hierbij meegestuurd werd kwalificeert men zich met: “onze medewerkers hebben een ruime dosis ervaring en kennis om u als opdrachtgever te adviseren en te begeleiden tijdens de uitvoering van uw bouwproject”.
Deze standaard reactie is ambtelijk bij de voorselectie geïnterpreteerd als aanbieding om een gebouw te realiseren; de beoordeling draaide echter om de specifieke vraag van de ontwikkelcompetitie, namelijk hoe verleid ik de gezondheidswerkers tot een programma van eisen en een afnamecontract. Aangezien anderen hierover meer informatie hadden verstrekt zijn vier partijen uitgenodigd. Pas na de fase van een ontwerp op basis van het programma van eisen zou de bouwopdracht Europees moeten worden aanbesteed.
Op basis van een ambtelijk voorstel is het gehele college met de aanbestedingsprocedure van een ontwikkelcompetitie met een beperkt aantal partijen en de voorselectie akkoord gegaan. Een zevental bedrijven, waaronder twee uit Noordwijk, werd na 14 dagen schriftelijk medegedeeld dat zij niet bij de geselecteerde partijen hoorden.
De ontwikkelcompetitie, waar op verzoek van de gemeenteraad dus ook de NWS bij was, leverde op basis van het advies van een onafhankelijke commissie bestaande uit onafhankelijk deskundigen en ambtenaren, de combinatie van de NWS met de Noordwijkerhoutse corporatie en de gespecialiseerde ontwikkelaar in de zorg Timpaan als winnaar op. Timpaan treedt hierbij in opdracht van de NWS als projectontwikkelaar op.
Pas na ruim zeven maanden, toen de ontwikkelcompetitie al lang achter de rug was, reageerde De Raad Bouw in een brief aan de gemeenteraad en maakte alsnog bezwaar omdat het bedrijf van mening was beter gekwalificeerd te zijn dan de winnaar. Alsnog werden allerlei kwaliteiten opgesomd die De Raad Bouw meende te kunnen inzetten om de opdracht te realiseren. Aangezien De Raad Bouw zichzelf alleen vergeleek met de NWS en niet met de combinatie die had gewonnen en omdat men niet op de afwijzing na 14 dagen had gereageerd maar pas na zeven maanden is het college niet op het bezwaar van De Raad Bouw ingegaan. In een schrijven aan De Raad Bouw meldt het college:
“Uw reactie heeft u 7 maanden na ons schrijven aan ons gezonden. In de tussentijd heeft de selectieprocedure zich voltrokken. U zult begrijpen dat een zo late reactie niet meer kan leiden tot een andere selectieprocedure. Indien ons schrijven van 29 september 2006 naar uw mening gebaseerd is geweest op onvolledige informatie had een snelle reactie uwerzijds kunnen leiden tot aanvullende informatie”.
Overigens gaf De Raad Bouw in deze eerste reactie, nog zonder een antwoord af te wachten, aan dat er mogelijk duistere redenen zouden kunnen zitten achter het afwijzen van De Raad Bouw. Een onderzoek was nodig om te weten om welke reden het college onzorgvuldig heeft gehandeld.
Korte tijd daarop volgde op 18 juli 2007 een tweede brief en stelde Brandjes dat toen hij hoorde dat de NWS de ontwikkelcompetitie had gewonnen het eigenlijk niet anders kon zijn dan dat De Raad Bouw vanwege persoonlijke rancune van Ton van Rijnberk jegens Brandjes was afgewezen.
Misschien een onterechte veronderstelling maar onderzoek was toch echt nodig om iedere schijn van rancune van een wethouder jegens haar ingezetene naar het rijk der fabelen te kunnen wijzen.
De burgemeester is daar als portefeuillehouder juridische zaken niet in meegegaan. In zijn schrijven op 10 oktober 2007 stelt hij:
“Het verdriet mij zeer dat u wederom zo ongefundeerd en welhaast a-intelectueel het handelen van het college ter discussie stelt en de integriteit van een van de leden daarvan betwijfelt” en “Ik zou het zeer verwelkomen indien u uw aantijgingen jegens een der leden van het college zou willen staken en wij met u op een normale zakelijke basis met u zouden kunnen verkeren. Ik meen dat uit eerdere onafhankelijke onderzoeken naar aanleiding van eerdere aantijgingen onomstotelijk is komen vast te staan, dat uw beweringen op niets stoelen en slechts te lijken gericht op beschadiging van het college en meer in het bijzonder een van de leden daarvan. Het effect is naar mijn mening voor u contraproductief: in plaats dat wij op een zakelijke basis met u tot zaken kunnen komen, vervreemd u zich meer en meer van Noordwijk”. “Voor wat betreft de zaak zelf: andere partijen die zich al eerder hadden gemeld kwalificeerden zich beter voor de gestelde opgave. Zowel deze voorselectie als de uiteindelijke selectie is op onafhankelijke wijze uitgevoerd, gerapporteerd aan het college en steeds in de verschillende fases door het college geaccordeerd. Uw veronderstellingen in uw brief van 18 juli jl. missen elke grond, worden door het college met kracht van de hand gewezen en lijken naar mijn wijze van zien vooral voort te vloeien uit een beperkte, zo niet benauwde blik uwerzijds op het handelen van het college. Ik kan u verzekeren, dat het college en de individuele collegeleden scherp voor ogen hebben, dat hun handelen steeds in openbaarheid verdedigd dient te kunnen worden. Persoonlijk doet het mij verdriet, dat uw stellingen inzake de persoonlijke invloed van een der collegeleden kennelijk veronderstellen dat mijn invloed als voorzitter van het college en in het bijzonder belast met de bewaking van de integriteit van het handelen van het college en de Raad van geen betekenis zou zijn. U vergist zich daarin deerlijk”.
Door De Raad Bouw werd een procedure bij de Rechtbank aangespannen. De gemeente werd hierbij geconfronteerd met de onduidelijkheid na het Auroux arrest en de rechter legde de ontwikkeling stil. In het bijgevoegde artikel uit Binnenlands Bestuur van 28 november 2008 wordt op deze onduidelijkheid ingegaan.
Bij het hoger beroep dat was ingesteld om hierover meer landelijke duidelijkheid over te krijgen ging de rechter hier niet op in. Wel oordeelde de rechter tot verassing van de gemeentelijke adviseurs dat de gekozen aanbestedingsvorm van een voorselectie en een ontwikkelcompetitie met een beperkt aantal geselecteerde partijen een onjuiste vorm was. Vanwege de gekozen aanbestedingsvorm hadden alle partijen gelijk behandeld moeten worden. Dit komt er op neer dat de onafhankelijke selectiecommissie met alle elf partijen gesprekken had moeten voeren in het kader van de ontwikkelcompetitie. Omdat dit vanuit de gedachte van de gekozen procedure nu eenmaal niet gebeurd was concludeerde de rechter dat daarom de beginselen van gelijke behandeling, objectiviteit en transparantie niet zijn nageleefd. Het kader van het algemene beginsel van behoorlijk bestuur dat besluiten zorgvuldig moeten worden voorbereid, brengt voorts met zich mee dat de gemeente bij de voorbereiding daarvan de nodige kennis over de relevante feiten verzameld. Doe je dat bij een aantal partijen niet dan kwalificeert men dit in juridische termen als onrechtmatig handelen.
Vanuit het perspectief van het voeren van een onjuiste getrapte aanbestedingsvorm zijn deze kwalificaties terecht. Het pleit voor het vergroten van de kennis binnen de gemeente over het hanteren van de verschillende aanbestedingsvormen en de daarbij behorende voorbereidingen.
De interpretatie van Brandjes is natuurlijk gezien zijn opstelling anders. Hij ziet hierin weer opnieuw een prachtige aanleiding het patroon van ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van Ton van Rijnberk te kunnen herhalen.
Doordat de NWS de grond van de RK kerk naast de gemeentegrond aan het Rederijkersplein aankocht en zij daardoor op eigen grond het project zouden kunnen realiseren werd het project op gemeentegrond beëindigd en is de koers verlegd naar woningen voor starters met een verstandelijke beperking en sociale woningbouw.
Het is overigens de vraag of het project gezondheidscentrum vanwege gebrek aan belangstelling van de huisartsen uit Noordwijk Binnen die aan het begin zo enthousiast waren ooit gerealiseerd zal worden.
3. Misbruik van gemeenschapsgeld tijdens de laatste verkiezingscampagne
In het kader van het vernieuwen van het communicatiebeleid zijn er in de periode 2004 – 2010 vele duidelijk in de pers aangekondigde informatieavonden geweest, is er een informatiecentrum over de ruimtelijke projecten aan de Schiestraat geopend en zijn er op nadrukkelijk verzoek van de raad om goed over de ruimtelijke projecten te communiceren zeer regelmatig informatiefolders verspreid over de projecten. Huis aan huis is er jaarlijks een projectenkrant verspreid. In de gebieden van de gebiedsontwikkelingen De Kern Gezond, Middengebied, Noordwijk Zeewaardig en Nieuw Oost werden afhankelijk van de actualiteit informatiefolders van enige pagina’s A4 verspreid en in Boechorst een nieuwsbrief van een dubbelzijdige A4 over de bouwactiviteiten en de ontwikkelingen in hun wijk.
In deze informatiefolders is het gebruikelijk om bij de projecten betrokken personen aan het woord te laten komen ter toelichting van bepaalde zaken of successen binnen de projecten te vieren. Dit gebeurt overigens bij al het informatie materiaal over de verschillende portefeuilles. Natuurlijk komt in de jaarlijkse begrotingskrant de wethouder Financiën in beeld, in de informatie over de bedrijventerreinen de wethouder EZ en in de WMO krant de wethouder WMO. In de informatie over de Brede School in Boechorst de wethouder Onderwijs en in de informatie over projecten de wethouder RO.
Naar aanleiding van een mondelinge vraag in de raad van januari waarbij de vragensteller een afbeelding van een wethouder in een folder, gezien de naderende verkiezingen, ging beoordelen als verkiezingspropaganda gaf wethouder Vroom, die Ton van Rijnberk wegens ziekte verving aan dat er geen folders meer op stapel stonden.Dit antwoord was niet afgestemd met de afwezige wethouder of de organisatie en onjuist. Toen er kort na de raadsvergadering van januari toch twee folders (een enigszins vertraagde gebiedsfolder Noordwijk Zeewaardig naar aanleiding van het eind november genomen raadsbesluit en een nieuwsbrief Boechorst over actuele ontwikkelingen zoals start bouw woningen, oplevering woningen, Brede school en ontwikkelingen SJC terrein) werden verspreid was dit voor een deel van de raad aanleiding om hierover een week voor de verkiezingen een motie van afkeuring aan te nemen. Als argumenten werden gebruikt dat de wethouder RO zich hierdoor te veel zou profileren en dat in januari door wethouder Vroom was aangegeven dat er geen folders meer zouden worden verspreid en “het college spreekt nu eenmaal met één mond”. Wij beperken ons maar tot het commentaar van twee fractievoorzitters over de motie:
Rob Duijndam (Verenigd Noordwijk): “Vanuit verkiezingsopportunisme wordt hier een wethouder geslachtofferd. Als de bevolking de gemeenteraad hier zo bezig zou zien zou ze zich diep schamen. Ik spreek mijn afkeuring uit over deze gang van zaken”.
Hak van Nes (WenS, vooruitkijkend naar de nieuwe fusiepartij Puur Noordwijk): “Puur Noordwijk voelt zich op geen enkele wijze benadeeld en mist de noodzakelijke onderbouwing van de motie”.
Een week later werd op de dag van de verkiezingen de motie huis aan huis verspreid. Het gerucht (en ook in de plaatselijke pers aangegeven) dat deze huis aan huis verspreiding, uiteraard met een insinuerende verklaring, is verzorgd door Brandjes hebben we niet kunnen bevestigen, noch ontkrachten.
4. Kredietoverschrijding
Het verhaal van de kredietoverschrijding die er eind 2010 leek te zijn is gebaseerd op onbekendheid met afspraken. Na het laatst aangevraagde voorbereidingskrediet is in augustus 2008 in de gemeenteraad afgesproken de voorbereidingskosten voor het programma Noordwijk Zeewaardig voortaan te verwerken in een door de wethouder Grondzaken op te stellen grondexploitatie. Daartoe is in 2009 een format ontwikkeld. Het raadsbesluit over Noordwijk Zeewaardig is in november 2009 genomen. De grondexploitatie Noordwijk Zeewaardig is in januari 2010 door het MT goedgekeurd en niet meer in de laatste raadsvergadering voor de verkiezingen aan de raad voorgelegd Om hen moverende redenen heeft het nieuwe college de grondexploitatie Noordwijk Zeewaardig echter pas medio 2011 in de gemeenteraad besproken, waardoor eind 2010 het krediet nog niet formeel was goedgekeurd. Inmiddels is dit wel gebeurd en geheel volgens afspraak in 2008 zijn de kosten nu opgenomen in een, naar het college aangeeft, sluitende grondexploitatie.
Conclusie
Het zal duidelijk zijn dat de door Brandjes aangedragen “feiten” dan wel volstrekt onjuist zijn, dan wel in de context geplaatst een geheel ander licht op de zaak werpen.
Uit deze analyse komt een duidelijk beeld over. Brandjes brengt consequent op basis van onjuiste informatie beschuldigingen naar buiten met maar één doel het beschadigen van personen. Ook is duidelijk dat hij dit zal blijven doen. Hij zal ongetwijfeld de komende jaren weer andere onderwerpen verzinnen en daar zijn beschuldigingen op baseren.
Sinds de start van zijn “campagne” in juni 2005 is door Ton van Rijnberk nooit gereageerd op de beschuldigingen van Brandjes, iemand die hij nog nooit gesproken heeft. Hij staat er ver boven, haalt er zijn schouders over op en is van mening dat iemand die een dergelijk gedrag vertoont niet spoort.
Voor de Progressieve Combinatie is met de persoonlijke brief van Arthur Eijs van 15 juli 2011 en deze notitie van 8 augustus 2011 het “geval Brandjes” afgedaan.
De Progressieve Combinatie vindt de beschadigingspogingen door de heer Brandjes verwerpelijk maar is niet van plan zich te laten meeslepen in moddergevechten. We gaan er van uit dat dit feitenrelaas voor zich spreekt.
Lees ook:
|